Tom Barman over tennis
Mao Magazine, vrijdag 6 juli 2001

Drop, shot & match

Laat ik eens iets vertellen over een van de mooiste shots uit het tennis: het dropshot.
Voor mensen die niet echt van tennis houden: een dropshot is een geslicete, met backspin gespeelde, opgetilde, lichtjes geduwde of simpelweg gekuste bal die net achter het net botst en vervolgens doodvalt. In tegenstelling tot bij enkele andere racketsporten is het dropshot bij tennis eerder uitzondering dan regel, door veel spelers waarschijnlijk gezien als te riskant/moeilijk, en door het publiek - let er maar eens op - maar al te vaak afgedaan als een frivoliteit. En dat is vreemd. Want een dropshot is aartsmoeilijk.

Soms gaat het publiek er heel ver in. Toen ik in 1985 Ivan Lendl op het ECC toernooi tegen een of andere Pool een onderhandse opslag zag geven, werd ik uitzinnig over zoveel tactisch genie. Lendl had de Pool ver achter de baseline zien staan en besloot dan maar zijn serve vlak achter het net te droppen. Met succes. Maar het publiek joelde. Een drop-opslag? Dat hadden ze in Brasschaat nog nooit gezien.

Of het moet bij McEnroe geweest zijn, die een dropshot speelde als was het een argeloos uitgesproken oneliner op een moment dat men een monoloog verwachtte. Want dát is de natuur van het dropshot: verrassend, laconiek, ja zelfs een beetje gemeen. Een echt kampioen grijnst die bal toch dood, denkt u niet? Want hoe reageert de tegenstander op zo’n ammorti? Hij staat er met kikkeroogjes naar te kijken of schaatst zichzelf in het beste geval een grand-écart.

Na McEnroe geraakte het dropshot wat in de vergeethoek (pun unintended), zoals in het algemeen zijn geniale onvoorspelbaarheid werd vervangen door afgemeten baselinetennis en bodybuilders met hun petje achterstevoren. Respect werd vooral afgedwongen door de statistiek (Sampras), de gymnastiek (Sampras) en die FANTASTISCHE tweede serve (Sampras, 134 mph).

Natuurlijk is de Griekse Amerikaan een fenomeen. Maar voor steekpartijen, vendetta’s , scheldconferenties én dropshots moesten we bij de vrouwen terecht.
Martina Hingis heeft het geniale tennis gered en nodigt nu twee beestige Belgische tennisters op haar feestje uit. En hoeveel er ook geluld wordt over de éénhandige backhand van Henin, het zijn vooral haar dropshots die mij bekoren. Hetzelfde voor Clijsters. Vanuit ONMOGELIJKE posities droppen ze die bal morsdood. Zo onverwacht, dat ze er zelf een beetje van schrikken: “Oeps!… Wat doe ik nu weer?” .
Een dropshot is het toppunt van musculaire intelligentie, want het lichaam handelt ALLEEN, tegen alle impulsen van doormeppen in. Het is de ultieme controle, less is more, softer is harder, kijk, ik ga dààr wel liggen. Zo mooi en grappig en gedurfd en…raar, dat zelf de bal zich wil excuseren.
Het dropshot is dus terug. En dat heeft McEnroe gemerkt. Hij vindt Henin geweldig. En Clijsters ook.

Tom Barman

BACK TO ARTICLES INDEX