|
Tom
Barman over tennis Drop, shot & match Laat ik eens iets vertellen over een van de mooiste shots uit het tennis:
het dropshot. Soms gaat het publiek er heel ver in. Toen ik in 1985 Ivan Lendl op het ECC toernooi tegen een of andere Pool een onderhandse opslag zag geven, werd ik uitzinnig over zoveel tactisch genie. Lendl had de Pool ver achter de baseline zien staan en besloot dan maar zijn serve vlak achter het net te droppen. Met succes. Maar het publiek joelde. Een drop-opslag? Dat hadden ze in Brasschaat nog nooit gezien. Of het moet bij McEnroe geweest zijn, die een dropshot speelde als was het een argeloos uitgesproken oneliner op een moment dat men een monoloog verwachtte. Want dát is de natuur van het dropshot: verrassend, laconiek, ja zelfs een beetje gemeen. Een echt kampioen grijnst die bal toch dood, denkt u niet? Want hoe reageert de tegenstander op zo’n ammorti? Hij staat er met kikkeroogjes naar te kijken of schaatst zichzelf in het beste geval een grand-écart. Na McEnroe geraakte het dropshot wat in de vergeethoek (pun unintended), zoals in het algemeen zijn geniale onvoorspelbaarheid werd vervangen door afgemeten baselinetennis en bodybuilders met hun petje achterstevoren. Respect werd vooral afgedwongen door de statistiek (Sampras), de gymnastiek (Sampras) en die FANTASTISCHE tweede serve (Sampras, 134 mph). Natuurlijk is de Griekse Amerikaan een fenomeen. Maar voor steekpartijen,
vendetta’s , scheldconferenties én dropshots moesten we bij
de vrouwen terecht. Tom Barman
|